Bronnen

Het ligt voor de hand en het is verleidelijk om vertalingen van kwatrijnen met elkaar te vergelijken. Volgt de ene auteur de hedonistische interpretatie, is de ander meer tot een mystieke benadering geneigd? Hoe zijn de vertalers omgegaan met moeilijk te vertalen begrippen en frasen, vertalen ze letterlijk of meer naar sfeer en strekking van het gedicht?

Aangezien de meeste Nederlandse vertalingen FitzGerald hebben gevolgd is het goed mogelijk om na te gaan hoe ieder met bijvoorbeeld het beroemde kwatrijn nr. 11 is omgegaan. De versie van FitzGerald uit 1859 luidt als volgt:

Here with a Loaf of Bread beneath the Bough,
A Flask ofWine, a Book of Verse – and Thou
Beside me singing in the Wilderness –
And Wilderness is Paradise enow.

Hieronder volgt een lijst van vertalers. Klik op een naam om het betreffende kwatrijn te zien.

Van Balen, 1910
Een boek met verzen in de koele wei,
Een kruik met wijn, een goudgeel brood, en gij
Al zingend naast me in de wildernis,
En zalig wordt mij zelfs de woestenij.
Bon, 2011
Hier in de schaduw, met wat verzen, wij.
Een kruik vol wijn en brood genoeg, en jij
in ’t midden van de wildernis aan ’t zingen! –
Een lusthof is het nu, die woestenij.
Claes, 2010
Hier met een Brood onder een Loverrank,
Een Bundel Verzen en een Fles vol Drank –
En U die naast mij zingt in de Woestijn –
Woestijn waar ik dit Paradijs aan dank.
Jorritsma, 1983
Hier in de schaduw, simpel brood tot spijs,
wijn, verzen en Gij die uw lievelingswijs
vlak bij mij zingt in deze wildernis,
dat maakt die wildernis een paradijs.
Metsier, 1979
met jou

In wild gebied, een boomgebaar genegen
om jou en mij, wat vlees en diep te lezen –
en wijn, m’n wittebrood ik ben een sheik!
Je welvend rijk, mijn reizende bewegen…

Van Schagen, 1995
Het geurig brood wordt hier een godenspijs,
wat schaduw, een kruik wijn, een verzenwijs,
En jij die naast mij zit en zachtjes neuriet –
zo bloeit de wildernis tot paradijs!
Slauerhoff, 1924
Met een boek verzen onder lommerschaâuw,
Wijn in een koele kruik, mijn lievlingsvrouw:
Deze drie naast mij en de wildernis
Is ’t paradijs waar ‘k om geen ander rouw.
Soleimani, 2013*
Ik verlang naar een dichtbundel, een kruik wijn,
en een stuk belegd brood voor een samenzijn
met mijn geliefde in een afgelegen terrein:
dit maakt gelukkiger dan een kroondomein.
Basson, 1997
Hier met ’n vars Brood in die Skadus,
’n Bottel wyn, ’n Gedigteboek en U,
sing ons twee saam in die Wildernis
en die Wildernis word Edentuin hernu.
Boutens, 1913*
Een boek met verzen, wijn, een handvol brood,
Zooveel als weert de dreiging van den dood,
En U met mij in eenzaamheids oaze –
’t Waar’ meer dan ’t leven ooit een koning bood.
De Doncker, 1951
Hier met wat brood onder de takken nu,
een kruik met wijn, een verzenboek – en u,
naast mij en zingend in de wildernis.
O wildernis die paradijs wordt nu!
Keuls, 1947
Wat schaduw en wat verzen voor mijn rust,
Met brood en wijn honger en dorst gesust,
En in de wildernis uw zingen roepend –
De wildernis wordt droom van hemellust!
Van Praag, 1967
In ’t groene gras met brood en met een kruik,
boordevol wijn, klinkt ieder vers mij puik,
in samenklank met ’t vrije lied der vogels;
dan gluurt het paradijs door iedere struik.
Van Schagen, 1954
Het geurend brood wordt hier een godenspijs;
Een wijnkaraf, een boek, een verzenwijs,
En gij, zacht zingend in de wildernis –
Zo bloeit de wildernis tot paradijs.
Snijder, 1989*
Wat brood, fris water en de schaduw van een boom;
daarbij jouw ogen voor mij schoner dan een droom.
Geen enk’le sultan is gelukkiger dan ik,
geen enk’le beed’laar een rampzaliger fantoom.
Vooren, 1966
Hier met wat brood beschaduwd door een boom,
een boek met verzen, wijn en dan de droom
van uw geliefde ogen naast mij stralend,
dit is het schoonste dat mij overkoom’.
Blok, 1997
Neerzittend bij wat hier nog schaduw sloeg,
met een gedicht, wat brood, wijn uit de kroeg,
jij naast mij, zingend in de wildernis –
zo is woestijn mij paradijs genoeg!
Bremer, 1994
Hier in de schaduw onder oude bomen
met brood en wijn, een verzenbundel. Dromen
dat jij naast mij zacht zit te zingen.
In de woestijn is het paradijs gekomen.
Jonker, 1950
Hier waar die Doringboom sy Skadu sprei –
’n Snytjie Brood en Wyn en Melody
en Jy, wat vir my sing – en die Woesteny
’n Paradys waar net ons twee in bly.
Langenhoven, 1923
’n Snytjie Brood hier waar die Skaad’wees sprei,
’n Flessie Wyn, en ’n Gedig – en Jy
Hier by my om te sing in die Woestyn –
En die Woestyn is Paradys vir my.
Van Raalte, 1992
Ach, met een brood hier onder het gebladert’,
Met wijn en verzen en met jou vergaderd
Die, aan mijn zijde, zingt in de woestijn –
En de woestijn is ’t paradijs genaderd.
Van Schagen, 1947
Een wittebrood onder het berkengrijs,
Een wijnkaraf, een boek, een verzenwijs –
En gij, zacht zingend in de wildernis –
Zo wordt de wildernis een paradijs.
Van Soelen, 1965
Hier met ’n brokkie Brood waar Skadu’s vly,
’n Fles met Wyn, ’n Verseboek – en jy
Bly-singend langs my in die Woesteny,
En Wildernis word Paradys vir my.
Weiland, 1960
Hier onder ’t lommer met het goede brood,
een beker wijn, een boek, en een genoot,
die rijm en val zo vredig meebeluistert,
of zich nog eens het paradijs ontsloot.