Startpagina | Over deze site
U bevindt zich hier: Startpagina » Vertalingen » Nederlands » Losse kwatrijnen

Losse kwatrijnen

Overzicht van een aantal 'losse' kwatrijnen: vertalingen van een of meer kwatrijnen die niet als zelfstandige uitgave zijn verschenen, maar onderdeel vormen van bijvoorbeeld een reeks of van een bundel gedichten, of onderdeel van een artikel zijn, of dienen ter ondersteuning van een betoog.


Willem Veldhuizen vertaalde een aantal kwatrijnen naar de vierde editie van FitzGerald (1879). Een selectie van tien kwatrijnen daaruit is opgenomen in Jaarboek 4 van het Nederlands Omar Khayyám Genootschap (2006). Een tweede reeks van veertien kwatrijnen is opgenomen in Jaarboek 5 (2009). Hieruit de volgende kwatrijnen:

7.
Kom vul het glas, gooi in de lentegloed
je winterjas waarin veel droefheid woedt.
De vogel van de tijd vliegt maar heel kort,
hij vliegt alweer omdat hij verder moet.
(2003)

21.
Ah, liefste, vul het glas dat mij geneest
Van oude spijt en pijn die wordt gevreesd.
Wat, morgen? Dan ben ik misschien zelf bij
De zevenduizend jaar die zijn geweest.
(2003, herzien in 2007)


Van Henk J. Vinkers werden acht kwatrijnen, vertaald naar FitzGerald, opgenomen in Omariana, aflevering 2, jaargang (2001).

XI
Onder de hemel met wat brood tot spijs,
Wat wijn, een boek met verzen en een wijs -
Die jij voor mij zingt in de wildernis -
Maakt van een wildernis ons paradijs!


Aleida G. Schot vertaalde drie kwatrijnen van FitzGerald, de nummers 15, 24 en 48 (1868). Van het derde kwatrijn gaf ze twee varianten:

I
"Soms denk ik: nergens bloeit de roos zo rood
Als waar een Caesar bloedend vond de dood,
Dat elke hyacinth sproot in de gaard
Uit een lief hoofd verzonken in haar schoot.

II
Soms denk ik: nimmer bloeit de roos zo rood
Als waar een Caesar bloedend vond de dood,
Dat elke hyacinth daarginds ontlook
Uit een lief hoofd gebed in aardes schoot."

De voorbeelden dienen ter onderbouwing van de stelling in een artikel van M. Weststrate dat de enig juiste houding van de vertaler er een is "van een volstrekte nauwkeurigheid ten opzichte van de tekst, die in wezen hoogachting voor het werk van de schrijver betekent."
(Bron: M. Weststrate. 'Vertaling als hulpmiddel'. In: Firapeel, nr. 1, november 1967, pp. 37-40)


J.C. Bloem nam in zijn bundel Afscheid (1957) een vertaald kwatrijn op.

Vertaald uit de Rubayat

Kom, vul de glazen en denk langer niet
Eraan hoe snel de onhoudbre tijd ontvliedt.
Gistren is dood, morgen nog niet geboren -
Wat zou 't, als ons vandaag genieten liet?

Het zelfde kwatrijn was ook afgedrukt, samen met de Engelse versie van FitzGerald, op een nieuwjaarswens van Wim Bloem. Den Haag, 1955.


J. Slauerhoff nam tweede vertaalde kwatrijnen op in de bundel Archipel (1923).

Kwatrijnen

Het rozenrijk Iram is weggebrand
En Jamsheds gouden beker zoek in 't zand,
Maar purper gloeit onbluschbaar in den wijn,
Nog menige tuin bloeit aan den waterrand.

Met een boek verzen onder lommerschaâuw,
Wijn in een koele kruik, mijn lievelingsvrouw:
Deze drie naast mij en de wildernis
Is 't paradijs waar 'k om geen ander rouw.
(Omar Khayyam)


Leo Polak verzorgde in 1937 een cursus voor de Radio-Volksuniversiteit onder de titel 'Noodlot en vrije wil'. Daarin kwam Omar Khayyám ter sprake, met een door Polak vertaald kwatrijn:

't Al is een dambord, beurtelings dag en nacht,
Wij zijn de stenen in des Noodlots Macht,
Het schuift ons heen en weer, maakt dam en slaat -
Tot stuk voor stuk elk in de doos weer gaat.

(Verspreide Geschriften, deel 1. Amsterdam, 1947)


Johan Reyntjens vertaalde eveneens kwatrijnen naar FitzGerald. Zeven kwatrijnen verschenen in Omariana, nr. 2, jaargang 7, 2007.
Hieruit het volgende voorbeeld:

Een deur waarvan ‘k de sleutel mis,
een voorhang voor een lege nis.
Een schrale heildronk: jij en ik -
daarna niets meer. Een lege dis.

(Samen enkele andere kwatrijnen naar Omar Khayyám opgenomen in Dichtoefeningen. Mijn tribuut aan Omar Khayyám. Lulu.com, ca. 2011)


H. van Praag vertaalde in Het wonder van Perzië dertien kwatrijnen, grotendeels op basis van de Duitse versie van H. Preconi. De kwatrijnen zijn ook te vinden in een artikel van Van Praag in het tijdschrift Prana.

I
Nog hing de schemer aan de hemelsboog,
daar rees de herberg voor mijn dromend oog;
toen riep een stem: 'Ontwaak! en maak de beker nat,
uw laatste levenssap is weldra droog!'

(Uit:
Het wonder van Perzië. Hilversum/Antwerpen, De Haan/Standaard Boekhandel, 1967.
'Lyriek in drie regels als hoogste Japanse taalkunst. Het leven gevangen in haiku's'. In: Prana, nr. 7, voorjaar 1977, pp. 40-45)


Lerus Roelofs publiceerde drie kwatrijnen in het Gronings dialect, in een bundeltje 'Tussen tied en altied':

't Löt speult mit ons 'n stried
op 't schoakbord van de tied,
lichtveerdeg recht of dwars en den
aalmoal in deus, aan zied.

(Kwatrijnen noar Omar Khayyam. In: Tussen tied en altied. Lerus Roelofs. Lino's van J.F.A. Beins. Groningen, Niemeijer, 1967. p. 19)


Omar Khayyam
Nieuwjaarswens Pim en Tineke Witteveen-Hevinga. 2001.
De tekst, beginnend met de woorden "Ze zijn voor sterven en vergaan geboren ..." werd aangehaald door Jan Wolkers in een interview met Vrij Nederland, in 2000. De herkomst van het kwatrijn is onduidelijk.