Startpagina | Over deze site
U bevindt zich hier: Startpagina » Vertalingen » Nederlands

Nederlands

Voor een relatief klein land heeft Nederland een aanzienlijke bijdrage geleverd wat betreft het aantal vertalingen van Omar Khayyáms kwatrijnen. Een eerste volledig overzicht hiervan werd in 1997 samengesteld voor het maartnummer van de Boekenwereld.

Naast de vertalers die hier worden genoemd, zijn er dichters en vertalers geweest die zich hebben bezig gehouden met het vertalen van Khayyáms kwatrijnen, zonder dat hun werk gepubliceerd werd. Zo is bekend van de dichter Han G. Hoekstra dat hij een reeks kwatrijnen had vertaald, en voor een eventuele uitgave had de destijds bekende illustratrice Corina (G. Emmer-Smit) een opdracht tot illustreren en vormgeving ontvangen van uitgeverij A.J.G. Strengholt. Tot een uitgave is het echter nooit gekomen. Van Hoekstra's vertaling zijn slechts enkele kwatrijnen en fragmenten op kladblaadjes over gebleven. Het voorbereidend werk van Corina is wel bewaard gebleven.

Ook Hans Warren had een reeks van honderd kwatrijnen vertaald die echter nooit gepubliceerd werden, afgezien van enkele voorbeelden in een van zijn dagboeken, en in Zeeuws tijdschrift. Pas in 2012 werd een kleine selectie hieruit door Avalon pers gedrukt en uitgegeven.

In een bespreking van de vertaling van J.A. Vooren (Amsterdam, 1955), schrijft B.V. (Bert Voeten): "De voortreffelijke Omar Khayyam-vertalingen van L.Th. Lehmann, die ik enkele jaren geleden in manuskript mocht lezen, zijn bij mijn weten nooit in druk verschenen. Heeft een overmaat aan zelfkritiek hem ervan weerhouden zijn letterlijke overzettingen het licht te doen zien?" Voeten verwonderde er zich namelijk over dat Lehmann, "die zélf Khayyám uit het perzisch vertaald heeft" een voorwoord schreef bij de uitgave van Vooren, wat hij trouwens als een "uiterst sportieve geste" beschouwde. (De Gids, 1956, dl. I, p. 223).

Alfred Kossmann heeft het in De seizoenen van een invalide lezer over een buurman die hem met de Rubáiyát van Omar Khayyám in contact bracht. Deze buurman was zelf bezig met het vertalen van de kwatrijnen, maar verdere gegevens daarover geeft Kossmann niet.

Verder bestaat er een getypt manuscript met vertalingen van Han van der Burgh (Johannesburg, 1967), in het Nederlands naar het Engels van FitzGerald. Uit dit manuscript blijkt dat er ook al in een illustrator voorzien was, namelijk Michael Paterson. Tot een uitgave van de 101 kwatrijnen is het echter nooit gekomen.

Het is wel zeker dat er meer van dit soort hele en halve 'spookuitgaven' bestaan. De verzen van de tentmaker hebben velen geraakt en velen onder hen hebben het als een uitdaging opgevat om zelf ook aan het vertalen te slaan. Was bij hen ook sprake van een "overmaat aan zelfkritiek"?

Naast dit corpus van al dan niet officieel gepubliceerde vertalingen is er een relatief klein domein van 'losse', incidentele vindplaatsen. De bekendste hiervan zijn die van J. Slauerhoff en J. Bloem. Verder gaat het om citaten, motto's, lijfspreuken, kwatrijnen bij speciale gelegenheden, een of meer kwatrijnen in bloemlezingen, promotiemateriaal en dergelijke. Niet zelden is de vertaler onbekend. Een inventarisatie hiervan is te vinden in het hoofdstuk Invloed.