Startpagina | Over deze site | Contact
U bevindt zich hier: Startpagina » Invloed » Letteren » Inspiratie en navolging

E. du Perron

Andere auteurs die zich in deze periode in meer of mindere mate hebben bezig gehouden met Khayyám zijn Eddy du Perron en Paul van Ostaijen. In zijn gedicht 'Hubertus bij zon en schaduw' voert Du Perron de figuur van Khayyam op:

Kom mee, ver van de bozen,
tot waar, zacht en voornaam,
troont in een tuin van rozen
de grijze heer Khayyám.

Die zovele planeten
zo lang heeft bestudeerd
en, in die tuin vergeten,
zichzelf de glimlach leert.

(De Gids. Jaargang 93, 1929)

In de Cahiers van een lezer herinnert hij zich hoe A. Roland Holst hem allerlei verzen citeerde, waaronder een aantal kwatrijnen van Boutens en Leopold. In het Derde cahier bespreekt hij zijn voorkeur voor FitzGeralds vertaling boven de Franse, Engelse en Hollandse die hem in handen zijn gekomen en die hij met elkaar vergeleken heeft. Verderop citeert hij twee kwatrijnen uit de vertaling van Boutens en een uit de vertaling van Leopold. (Cahiers van een lezer. Gevolgd door Uren met Dirk Coster. 's-Gravenhage, 1946).

In een brief aan Paul van Ostaijen, gedateerd Jan. '28, schrijft hij: "Omar is na de 'Prediker' voor mij wel de man die de minst verfoeilike dingen over de Dood heeft gezegd". (Gerrit Borgers. Paul van Ostaijen. Een documentatie II. Amsterdam, 1996)