Startpagina | Over deze site | Contact
U bevindt zich hier: Startpagina » Invloed » Letteren » Inspiratie en navolging

Anthonie Donker

In Fausten en Faunen besteedt Anthonie Donker op een enkele plaats aandacht aan de vertalingen van Leopold, en noemt hij in één adem Omar Khayyam, Horatius, Shakespeare, Goethe, Shelley en Vondel over wie de tijd "meerwaardig heeft geoordeeld aan hen, wier namen ten hoogste in literatuurhistories nog voorkomen, maar die op niemand ooit meer een levenden indruk maakten." (A. Donkersloot. Fausten en faunen. Beschouwingen over boeken en menschen. Amsterdam, 1930.)

In de bundel Acheron nam Donker een aantal oorspronkelijke gedichten op met motieven die mogelijk aan Perzische kwatrijnen waren ontleend. Het afsluitende gedicht laat daarover weinig twijfel bestaan:

Omar Khayyam

Hij beet zijn lippen gulzig in den beker,
En dronk het donker fonkelend geluk:
— "Bloemen en oogen gaan vroegtijdig stuk
Het voortbestaan van deze kroes is zeker.

En als reeds lang mijn roekelooze mond
d'Ontzaggelijke stilt' ten prooi zal zijn,
En onder duisteren, dooraasden grond
Mijn hand vergruisde en mijn gistend grein,

Dan zal de beker, wederom geheven,
En met den wijn, weerom ten boord gevuld,
Zijn duiz-lende vergetelheid nog geven,
Die zaligend den zwarten dood verhult —"

Toen, opgestooten uit een zwaren roes
Spande het toornig bloed zijn taaie pezen,
En op het steen weersloeg de harde kroes
De holle echo van zijn doodlijk vreezen.
(Grenzen. Amsterdam, 1929.)