Startpagina | Over deze site
U bevindt zich hier: Startpagina » Invloed » Letteren

Letteren

VROEGE PERIODE

Voordat men zich in Nederland actief met de kwatrijnen van Omar Khayyám ging bezighouden, hadden schrijvers en literatoren al belangstelling voor Perzische poëzie. Zo waren de werken van dichters als Sa'idi (Golestán - De rozentuin) Attár, Rumi en Háfez hier al in de 17e eeuw bekend. Willem Bilderdijk was wellicht de bekendste auteur die zich met oosterse literatuur bezig hield. In de periode 1816-1827 volgde hij colleges in het Arabisch en het Perzisch, en vertaalde en bewerkte hij werken van Perzische dichters.

Pas in 1891 maakte Nederland uitgebreid kennis met Omar Khayyám. Dat gebeurde in een artikel in De Gids, van de hand van Oege Meynsma, waarin hij aandacht besteedde aan de vertalingen van FitzGerald, Nicolas en Bodenstedt.

Een eerste vermelding in de kranten van de naam Omar Khayyám is een klein berichtje in Het Nieuws van den dag-kleine courant van 13 oktober 1893, waarin melding wordt gemaakt van een eerbetoon door leden van de Engelse Omar Khayyám Club aan de nagedachtenis van Edward FitzGerald. Dat veronderstelt op zijn minst toch al enige bekendheid bij het lezerspubliek, aangezien er geen verdere uitleg wordt gegeven dan dat Omar Khayyám een Perzisch dichter was.
In de tijdschriften, afgezien van het artikel in De Gids, vinden we Omar Khayyam eerst vijf jaar later terug, in een summiere vermelding van de uitgave van E. Heron-Allen van het Bodleian manuscript (1898), in de rubriek Nieuwe uitgaven van het Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 2, 1898. Ook in de eerste jaren daarna vinden we regelmatig signalementen van nieuwe uitgaven van de Rubáiyát, zij het dat het meestal om Engelstalige edities gaat van de vertaling van FitzGerald.