Hoog aan de wanden gingen hand en stift,
en ’t lot zal daar voor immer staan gegrift;
vernuft noch vroomheid doen teniet een regel,
geen tranen wissen een woord van dit schrift.
Archieven
Vooren, J.A.
De Vinger schrijft en hebbende geschreven
herschrijft de duist’re tekens van het leven.
Van alle woorden zal geen worden uitgewist.
De Hand die schrijft zal voor geen tranen beven
Schagen, J. van
De vinger schrijft; en na veel schrijvens, dan
Schrijft hij nog verder; àl uw wijsheid kan
Hem niet bewegen één lijn uit te vegen,
Noch wissen al uw tranen ’n woord ervan.
Schagen, J. van
Zijn vinger schrijft – onhoudbaar gaat Zijn banen
De pen, die door uw smeken noch vermanen
Bewogen wordt een halve lijn te schrappen –
Noch wist gij één woord uit met al uw tranen.
Schagen, J. van
De vinger schrijft – onstuitbaar gaan zijn banen.
Vernuft noch vroomheid, smeken noch vermanen
bewegen hem een halve zin te schrappen,
noch wis je één woord uit met al je tranen.
Raalte, Th. van
De vinger schrijft en schrijft voortdurend voort.
Uw vroomheid noch uw geest heeft haar bekoord
Om was ’t een halve regel maar te schrappen,
Noch wissen al uw tranen uit een woord.
Onderwater, W.
De vinger schrijft en schrijft, ’t is ál beslist,
En noch uw vroomheid, noch uw geest of list,
Draaien iets van ’t geschrevene terug,
Geen woord wordt door uw tranen weggewist.
Metsier, L.
De hand schrijft voort en elke en elke haal gebiedt.
Je bidden of je list verleidt hem niet:
hij kent geen terug van het geworden woord
– hij schrijft. En beeft zelfs niet bij je verdriet.
Keuls, H.W.J.M.
De vinger schrijft en schrijft gestadig voort,
Door klacht noch rede in zijn gang gestoord;
Wat eens hij schreef, blijft eeuwig onherroepen,
Geen tranen wisschen uit een enkel woord.
Jorritsma, D.
De onvermurwbare hand schreef, schrijft, schrijft voort,
door vroomheid noch door wetenschap gestoord.
niets werd er ooit door tranen uitgewist,
geen regel nam hij ooit terug, geen woord.