Startpagina | Over deze site
U bevindt zich hier: Startpagina » Bibliotheek » Artikelen

"The wine of wisdom"

Gerard Burger
Juni 2005

Een veelomvattende introductie in de Khayyamkunde

The wine of wisdom, 2005

Het onlangs uitgekomen “The wine of wisdom. The life, poetry and philosophy of Omar Khayyam", door Mehdi Aminrazavi, poogt een grondige introductie te bieden in de Khayyamkunde. Aminrazavi publiceerde eerder over Suhrawardi (in de Curzon-Sufi reeks waarin Hans de Bruijn ook een deel heeft geschreven) en, samen met Seyyed Hossein Nasr, een bloemlezing van Perzische filosofie. Aminrazavi werd reeds als kind gegrepen door Khayyam en wel op het moment dat hij bij het graf in Nishapur de kwatrijnen hoorde reciteren. Dit boek draagt dan ook de sporen van een jarenlange fascinatie.
Het werk bevat veel informatie over uiteenlopende onderwerpen: Het leven en de werken van Khayyam; Khayyam als wetenschapper en als filosoof; Khayyam binnen de intellectuele context van zijn tijd; een analyse van de Rubaiyat en een hoofdstuk over Khayyam in het westen, met name ook over de Omar Khayyam Clubs in Engeland, de Verenigde Staten, Duitsland en Nederland. Niet onbelangrijk zijn ook de bijlagen: voor het eerst wordt daarin een complete vertaling geleverd van Khayyam’s filosofisch werk en verder een Engelse vertaling van de Arabische gedichten.

De Khayyamiaanse school

Het auteurschap van de Rubaiyat is de klassieke vraag waar geen onderzoeker om heen kan. Hoe kijkt Aminrazavi daar tegenaan?
Volgens hem is het onmogelijk dat de 1200 tot 1400 kwatrijnen die aan Khayyam worden toegeschreven, inderdaad van zijn hand zijn. Maar als we uitgaan van het handjevol kwatrijnen dat met enige zekerheid aan Khayyam kan worden toegeschreven, dan vallen daarin een aantal thema’s op die herhaaldelijk op een consistente manier behandeld worden. Die thema’s komen ook voor in ander materiaal. Er is zoveel familiegelijkenis tussen de kwatrijnen dat gesproken mag worden over een “Khayyamian school of thought”.
Khayyam vormt op die manier toch de basis van alles en dat is voor Aminrazavi de rechtvaardiging om uitvoerige aandacht te besteden aan de persoon Khayyam in verband met de kwatrijnen.Tevens meent hij dat de “dubieuze” kwatrijnen niet afgeschreven mogen worden maar volop object van studie moeten blijven.

Leven en werken

Aminrazavi’s boek biedt een handige samenvatting van wat er bekend is over Khayyam en zijn tijd. Aan de orde komen o.a. zijn contacten met tijdgenoten als Sana’i, Zamakhshari, ibn Najib en Isfizari. Met laatstgenoemde ontwierp Khayyam de nieuwe kalender. Natuurlijk is ook Ghazali prominent aanwezig: “with whom he had a difficult relationship”. Zelfs is wel gesuggereerd dat Ghazali’s beroemde aanval op de filosofen (”De tegenspraak der filosofen”) geschreven is naar aanleiding van zijn ontmoetingen met Khayyam en dat deze als weerwoord reageerde met de Rubaiyyat. De auteur behandelt deze en andere verhalen met gepaste scepsis. Ook wordt betwijfeld of Khayyam, zoals wel beweerd is, betrokken was bij het Perzisch nationalisme de zgn. Shuúbiyyaqbeweging.

De Rubáiyát

Bij de analyse van de Rubaiyat wordt vrijelijk geput uit het totale aan Khayyam toegeschreven corpus. Af en toe geeft Aminrazavi een eigen vertaling maar nog meer maakt hij gebruik van die van Sai’di en Thirtha. Naar beide werken wordt ook veelvuldig verwezen, ook in de andere hoofdstukken. De volgende thema’s zouden kenmerkend zijn voor de Rubaiyat:” impermanence and the meaning of life, theodicy and justice (waarom is er kwaad in de wereld?), the here and now, doubt and bewilderment, death and afterlife, determination and predestination, en “in vino veritas”.
De analyse van de Rubaiyat, onderbouwd met hier en daar vandaan geplukte kwatrijnen, leidt ten slotte _- karakteristiek voor dit boek- tot een schets van de persoon Khayyam: ”he can be characterized as an agnostic who rejected the negative sense of Nihilism and, embracing the possibilty of a profound human experience of the world, he is almost a Zen Master”. Aminrazavi meent een duidelijke beïnvloeding (zijderoute) door het Boeddhisme waar te nemen.

Filosofie

Behoort Khayyam wellicht tot de soefi-traditie? Klassieke soefithema’s als initiatie, ascese, de fasen in de geestelijke ontwikkeling e.d. ontbreken in het werk. Als Khayyam al een soefi was dan behoorde hij tot de individualistische, vrijgevochten traditie in de geest van de Uwaisi en Malamatiyyah. Aminrazavi verklaart de neiging om Khayyam in te lijven bij het soefisme vanuit een Perzisch-Islamitisch cultureel symptoom volgens welk iemand òf een ongelovige òf ergens inpasbaar is binnen het Islamitisch spectrum. Het was voor de Perzen onbestaanbaar dat Khayyam een ongelovige zou kunnen zijn, dus was hij een soort Moslim. Het geestesklimaat van Khayyam’s tijd kenmerkt zich door de botsing tussen de opkomende orthodoxie en de filosofische traditie. De tijd van de grote vrijdenkers als Ibn Warandi (de Islamitische Voltaire) en Abu Bakr Razi was voorbij. Hanbalisten en Asharieten streden om de hegonomie waarbij de wankele politieke situatie met name door het Ismailitische terrorisme bedreigd werd.
Als dichter, zowel in de kwartijnen als in zijn Arabische poëzie, zou Khayyam beïnvloed zijn door Ma’arri, de spottende Syrische vrijdenker. Als filosoof was Khayyam een navolger van Ibn Sina tot zijn laatste dag. Hij zou gestorven zijn lezend in Ibn Sina’s Shifa. Neoplatoonse emanatietheorie gecombineerd met Aristotelische elementen, zo kenmerkend voor Islamitische filosofie, vinden we ook bij Khayyam volop terug. Wellicht zit hij zit wat meer op de lijn van Aristitoteles omdat hij in tegenstelling tot Ibn Sina het actieve intellect beschouwt als de eerste emanatie vanuit de Oeroorzaak. Belangrijke accenten in Khayyam’s filosofie betreffen het probleem van het kwaad (theodicee) en zijn aandacht voor het sociaal-economische. Mensen zijn sociale wezens en zijn voor hun welzijn op elkaar aangewezen. Kwaad wordt door Khayyam geïdentificeerd met niet-bestaan, afwezigheid. Het positieve in de schepping gaat noodzakelijkerwijs gepaard met de mogelijkheid van kwaad. De schepper is hier niet voor verantwoordelijk.
Over determinisme, ook zo’n een heikele kwestie, komt Khayyam tot een tussenoplossing: noch vrije wil noch determinisme. De mens is wel degelijk verantwoordelijk voor zijn daden en heeft bijvoorbeeld de keuze om de verantwoordelijkheid voor zijn mede mens op zich te nemen. Zo is de mens geprogrammeerd. Aminrazavi gaat hier niet verder op in, maar mij lijkt dat dit standpunt niet zo ver verwijderd is van dat van de asharitische school. Het hoofdstuk over het wetenschappelijke werk bevat overzichten van Khayyams werken op het gebied van de wiskunde (o.a. kritiek op Euclides) , natuurkunde (een meetmethode gebaseerd op de wet van Archimedes om een mengsel van goud en zilver te meten), muziektheorie (herordening van de toonladder), astronomie, (de bekende kalenderrevisie) en meteorologie (weervoorspelling op grond van plotselinge klimaatverandering).

Hagiografie of wetenschap?

Het spanningsveld tussen heldenverering en nuchtere wetenschap loopt als een rode draad door het boek heen. De worsteling met die spanning boeit ook wel weer. Het begint al bij de eerste zin: "I humbly dedicate this work to the democratic movement of the people of Iran. May Khayyam’s spirit of freethinking prevail in our native land”. Khayyam als geïdealiseerd voorbeeld ter navolging.
Aminrazavi is erop gebrand zowel de persoon Khayyam als Urheber van de Rubaiyat, als de 1200 kwatrijnen als authentiek Khayyams erfgoed, overeind te houden. Ik zou het graag met hem willen geloven. Maar dan heb ik toch wel eerst behoefte aan een degelijke analyse en een steekhoudende argumentatie, bij voorkeur startend met de kernkwatrijnen en dan naar de grote massa van de toegeschreven kwatrijnen. Aminrazavi evenwel plukt rechtstreeks uit die grote massa de voorbeelden die zijn visie ondersteunen. Dat is niet helemaal overtuigend. Zouden al die epigonen ("The Khayyamian school of thought”) van dezelfde eenduidige visie uitgaan? Bevestiging voor wat je meent als patroon te zien is al gauw te vinden in zo’n omvangrijk corpus.
Het boek is veelomvattend maar bepaald niet alomvattend. Zo komt in het hoofdstuk "Khayyam in the west" vooral de situatie in het Engelstalig gebied aan de orde. Hoe zit het b.v. met Khayyam in de Scandinavische landen? En over “Khayyam in the east” wordt in dit boek buiten enkele passages over Iran, nauwelijks iets gezegd.

Conclusie

Het verband dat Aminrazavi veronderstelt tussen Khayyams filosofisch werk en de kwatrijnen lijkt mij op z’n zachtst gezegd discutabel. Dit boek maakt juist glashelder dat de kwatrijnen een geheel andere filosofische boodschap uitdragen dan het filosofische werk. Dat ziet Aminrazavi wel in maar hij meent: “It is imperative to realize that without the inclusion of his Rubaiyat into an overall picture, the Khayyamian world-view remains a fundamentally distorted one”. Een merkwaardige redenering!
Aminrazavi blijkt weinig distantie te hebben tot zijn onderwerp. Dat neemt echter in het geheel niet weg dat ik dit boek met buitengewoon veel genoegen gelezen heb. Een waardevol, rijk boek getuigend van degelijke kennis. Alleen al het weergeven van zeer veel feiten en verwijzingen naar relevante literatuur maakt de aanschaf van dit boek voor de ware liefhebber noodzakelijk.
En ook al worden de grote vragen van het Khayyamonderzoek lang niet alle bevredigend beantwoord, dit boek maakt in elk geval duidelijk waar die vragen over gaan.