Startpagina | Over deze site
U bevindt zich hier: Startpagina » Bibliotheek » Artikelen

Omar voor dierenliefhebbers

Jos Biegstraaten
Hoorn, januari 2006

Rubaiyat of Rover Khayyam, 2005

Onlangs verscheen in de Verenigde Staten de Rubáiyát of Rover Khayyám. Het is een parodie, bestaande uit 75 kwatrijnen, gebaseerd op de bekende Rubáiyát of Omar Khayyám van Edward FitzGerald. De tekst op de achterpagina meldt dat het is geschreven door Edward FizHound, pseudoniem voor de kinderboekenschrijver Malcolm Hall. In de inleiding wordt beschreven hoe de Dalmatiër Rover in juli 1992 de tuin van de schrijver binnenliep, en blafte om een tape recorder. Hij bleek die nodig te hebben om zijn literaire testament te dicteren: de voorliggende parodie. Het is een aardig boekje, mede dank zij de illustraties van Glen Weisberg.

The Ruby Cat of Waldo Japussy, 1999

Een paar jaar geleden, in 1999, konden kattenliefhebbers zich ook al verheugen op een ‘testament to feline intelligence, wisdom and cunning’. Ook hier werd de tekst gedicteerd, nu door een kat, aan Carl Japikse, die de 104 kwatrijnen van zijn poes uitgaf in een boekje getiteld The Ruby Cat of Waldo Japussy. De schrijver verhaalt hoe zijn kat in kattenpotenschrift een aantal kwatrijnen had neergepend, maar overleed voor hij zijn werk afhad. Na zijn dood verscheen Waldo aan zijn meester om de resterende verzen te dicteren. Bij Waldo’s bespiegelingen over de zin van het kattenleven maakte Nancy Maxwell illustraties.

The Rubáiyát of a Persian Kitten, 1904

Parodieën op de rubáiyát met katten en honden in de hoofdrol vinden we al aan het begin van de 20e eeuw. De eerste en de meest bekende is The Rubáiyát of a Persian Kitten, geschreven en geïllustreerd door Oliver Herford. Het verscheen in 1904, en niet in 1908 zoals Potter in zijn bekende bibliografie uit 1929 ten onrechte meldt. Het was een buitengewoon populaire parodie, die vele malen herdrukt is. Aan de door Potter gemelde herdruk waren er al enkele voorafgegaan en andere zouden volgen in de jaren daarna. Het bleef een geliefd boekje: nog in 1993 verscheen een herdruk en het werd in 1994 door Barbara Raheb gebruikt om er een miniatuuruitgaafje van te maken.

The Rubáiyát of a Scotch Terrier, 1926

Aan de aandacht van Potter ontsnapten twee andere parodieën op huisdieren. Allereerst The Rubáiyát of a Scotch Terrier, een parodie uit 1926 van de hand van Sewell Collins, die er ook tekeningen bijmaakte ter herinnering aan zijn geliefde “Socks”. Hoewel de lotgevallen van het hondje niet zo’n groot publiek bereikten als die van het Perzische poesje, was het boekje toch goed voor herdrukken in 1927 en 1942

Een volstrekt vergeten, maar buitengewoon aardig boekje is The memoirs of Micky, waarin een fox-terrier zijn levensverhaal vertelt. Micky verhaalt hoe hij zijn baasje wel eens hardop vierregelige versjes hoorde lezen, waarvan hij aanneemt dat ze geschreven zijn door een Ierse voorvader, O’Mick-I-Am genaamd. De versjes inspireren Micky tot kwatrijnen die af en toe in de tekst opduiken en samen The Rubáiyát of O’Mick-I-Am vormen. Het boekje moet geschreven zijn rond 1927.

Uit: The Rubaiyat of Omar Ki-Yi, 1938

Ook in 1938 komen we een hond tegen die verzen dicteert. In de inleiding op The Rubaiyat of Omar Ki-Yi lezen we dat een hond in de universiteitsbibliotheek zo werd aangetrokken tot een ‘dog-eared copy of the Rubaiyat on a bottom shelf’, dat hij er een flink stuk van had verorberd. De auteur, Burges Johnson, betrapte hem. In ruil voor de belofte hem niet aan de bibliothecaris te verraden, dicteert het hondje, een Schotse terrier, hem en Mr. Dennis zijn ‘metrical experiments’. En zo kunnen wij kennis nemen van 40 kwatrijnen met geestige tekeningen van Morgan Dennis.

Tot zover deze korte beschrijving van parodieën op de rubáiyát met huisdieren in de hoofdrol. Waarschijnlijk is ook The Rubáiyát of Omar Dog-yám een parodie met een hond als onderwerp. Potter vermeldt deze titel in zijn bibliografie onder nummer 1164. Andere dan de hiervoor genoemde rubáiyát-parodieën op huisdieren zijn mij niet bekend, maar het is best mogelijk dat er vandaag of morgen nog andere uitgaafjes opduiken.
Parodieën op de rubáiyát verschenen voor het eerst aan het eind van de 19e eeuw. Aan het begin van de 20e eeuw verschenen er tientallen, vaak geïllustreerd. Potter beschrijft 75 parodieën in boeken in een apart hoofdstuk van zijn bibliografie. De meest uiteenlopende onderwerpen vonden een plaatsje in deze parodieën. In het Jaarboek van het Omar Khayyám Genootschap, deel IV dat binnenkort verschijnt, wijd ik er een bijdrage aan. Nog uitgebreider bespreek ik dit onderwerp in een artikel, getiteld ‘Omar with a smile’, in het tijdschrift Persica, dat in het eerste kwartaal van 2006 verschijnt.