Startpagina | Over deze site
U bevindt zich hier: Startpagina » Bibliotheek » Artikelen

Ida Gerhardt, Horatius en Khayyám

Marco Goud
Oktober 2002

Onlangs verscheen het boek 'Stralende in gestrenge samenhang. Ida Gerhardt en de klassieke oudheid' van de hand van de classica Mieke Koenen (Historische Uitgeverij, Groningen, ISBN 90-655-4442-9). Daarin valt ook de naam van Omar Khayyam op bladzijde 44. Aldaar komt een recensie van Ida Gerhardt aan de orde (uit 'De Gids', 1949, dl. I, p. 149) van L.P. Wilkinson’s studie 'Horace and his Lyric Poetry' (1946). Het is maar een kort stukje, maar Gerhardt besteedt relatief gezien veel aandacht aan een opmerking van Wilkinson dat Horatius’ Ode I, 11,6 dezelfde sfeer ademt als Khayyams kwatrijn "Ah, my beloved, fill the cup [etc.]". Gerhardt kan het daar niet mee eens zijn, zij spreekt zelfs van een "afgrond tusschen beide verzen". Koenen schrijft echter:

‘Als men de betreffende passage uit de Oden opslaat (“Wijs zou je zijn als je de wijn filtert en lange illusies // snoeit met kortheid van duur. Terwijl ik dit zeg, is de jaloerse tijd / weggevlucht: pluk de dag en vertrouw nimmer op die van morgen” [vert. P.H. Schrijvers]), lijkt zij te bedoelen dat de Latijnse verzen wat oppervlakkiger of minder suggestief zijn dan die van Omar Khayyam, maar is het verschil werkelijk zo immens groot als zij beweert?’ (Koenen, p. 44). Wellicht zou het interessant zijn om Gerhardts 'Kwatrijnen in opdracht' (1948) eens te bezien op mogelijke invloeden van Khayyam. Diens kwatrijnen moet zij ongetwijfeld hebben gekend (in ieder geval in de vertaling van haar leraar J.H. Leopold).